Werk je in de evenementenbranche op hoogte, dan werk je vrijwel altijd met een lijn. Dat kan een leeflijn voor valbeveiliging zijn, maar ook een lijn voor werkpositionering. Welke lijn je nodig hebt, hangt af van je situatie. Klim je in een constructie, werk je vanuit een hoogwerker of wil je jezelf op je werkpunt stabiel positioneren? Op deze pagina lees je hoe leeflijnen werken, welke typen er zijn en waar je in de praktijk op let.
In de evenementenbranche gebruik je leeflijnen en positioneringslijnen vaak nét even anders dan in andere sectoren. Je werkt op tijdelijke constructies, op layher, in hoogwerkers en vaak ook backstage tijdens shows. Daardoor spelen niet alleen veiligheid en normering een rol, maar ook praktisch gebruik.
Als stage hand wil je meestal niet dat je uitrusting opvalt tijdens het event. Dan is een zwarte lijn handig, net als een zwarte gordel. Ook stof zie je op zwart vaak minder snel.
In de branche werk je veel met een Y-leeflijn. Die is handig om in een constructie te klimmen of om tussentijdse ankerpunten te passeren, zonder dat je helemaal los bent van de constructie.
Werk je in de bak van een hoogwerker, dan draait het om voorkomen dat je uit de bak kunt worden geslingerd. Daarom gebruik je een zo kort mogelijke lijn die je binnen het platform houdt.
Op layher werk je soms met een verticaal systeem met meelopende valbeveiliging. Eenmaal op je werkpunt kun je jezelf daarna met een aparte positioneringslijn stabiel zetten om met twee handen te werken.
Een lijn voor valbeveiliging en een lijn voor werkpositionering zijn niet hetzelfde. Een positioneringslijn is bedoeld om je werkhouding te verbeteren, niet om een val op te vangen. Kun je in jouw werksituatie nog vallen, dan heb je daarnaast dus ook valbeveiliging nodig.
Leeflijn, vallijn, positioneringslijn, Y-lijn, I-lijn… wat is nou wat?
In de praktijk wordt het woord leeflijn vaak gebruikt voor allerlei soorten lijnen. Dat is begrijpelijk, maar technisch gezien zijn er wel degelijk verschillen. Juist dat verschil is belangrijk als je veilig wilt werken. Binnen het assortiment leeflijnen kom je daarom verschillende uitvoeringen tegen.
Klimmen
De Y-lijn heeft twee armen en is bedoeld voor voortbewegen langs een constructie of voor het passeren van tussenankers. Je koppelt de staart van de Y aan het A-punt van je harnas en gebruikt de twee armen om om en om aan de constructie verbonden te blijven.
Een Y-lijn heeft normaal gesproken een valdemper. Het veilig gebruiken van zo’n systeem vraagt wel om de juiste techniek en opleiding.
Enkele lijn
Een I-lijn is een enkele lijn. Die kan vast of instelbaar zijn en komt voor met of zonder valdemper. Afhankelijk van het type en de situatie gebruik je hem als leeflijn of als positionerings- of restraintlijn.
Juist daarom moet je altijd kijken naar de toepassing en niet alleen naar de vorm van de lijn.
Werkhouding
Een positioneringslijn gebruik je om jezelf stabiel op je werkpunt te zetten, zodat je met twee handen kunt werken. Hij is niet bedoeld om een vrije val op te vangen.
Je koppelt de lijn aan de daarvoor bedoelde positioneringspunten van je harnas, meestal bij buik of heupen, en je voeten moeten daarbij voldoende steun hebben.
Een horizontale leeflijn zie je in de evenementenbranche minder vaak. Denk bijvoorbeeld aan een lijnsysteem op een plat dak. Je koppelt je systeem daaraan en zorgt dat je de rand niet kunt bereiken of veilig blijft gezekerd.
In de praktijk zie je ook verticale lijnen hangen aan constructies zoals layher. Daarop gebruik je dan meestal een meelopend valbeveiligingsapparaat. Zo’n lijn wordt in de praktijk vaak verticale leeflijn genoemd, al bestel je dat technisch meestal anders.
Positioneren aan een rozet van layher doe je bij voorkeur met een stalen karabiner en niet met een MGO-haak. Voor stalen layherbuizen of kabels kan een geschikte MGO-haak juist weer wel logisch zijn. Kijk dus goed naar het contactpunt en de toepassing.
Valbeveiliging en werkpositionering worden in de praktijk vaak samen gebruikt, maar het zijn twee verschillende functies. Met valbeveiliging voorkom je ernstig letsel bij een val. Met werkpositionering zorg je dat je op je werkplek stabiel en prettig kunt werken.
Voorbeeld van gebruik van een Y-leeflijn en een positioneringslijn
Leeflijnen zijn er in verschillende materialen en uitvoeringen. Wat het beste past, hangt af van de omgeving waarin je werkt en van het risico op slijtage of beschadiging.
Een leeflijn met valdemper heeft in de praktijk vaak een maximale systeemlengte van 2 meter, inclusief connectoren. Maar dat betekent niet dat een lange lijn automatisch goed past bij jouw situatie.
Zit het ankerpunt laag, dan krijg je meer vrije val voordat de lijn strak staat en de demper begint te werken. Daardoor stijgt de valfactor en wordt de belasting op je lichaam groter. Houd het ankerpunt daarom waar mogelijk boven je en voorkom zoveel mogelijk speling in je systeem.
In een hoogwerker wil je juist voorkomen dat je uit de bak kunt komen. Daarom gebruik je daar normaal gesproken een zo kort mogelijk restraint-systeem. Het gaat daar dus niet om veel lijnlengte, maar juist om het begrenzen van je bewegingsruimte.
De valdemper scheurt uit bij een val. Dat dempt de impact op je lichaam, maar maakt je systeem ook langer. Daarom moet je altijd rekening houden met voldoende valruimte onder je werkplek.
Hoe lager je ankerpunt en hoe langer je lijn, hoe meer valruimte je nodig hebt. Twijfel je daarover, dan is het slimmer om je systeem en je werksituatie goed te laten beoordelen dan om te gokken.
Wil je direct modellen bekijken of vergelijken welke lijn past bij jouw toepassing? Bekijk dan ons assortiment leeflijnen.