Zeilen en dekens zijn van die spullen die je liever klaar hebt liggen voordat het misgaat. Een nat podiumdeel, stoffige case of beschadigd decorstuk kost meer tijd dan even goed afdekken. Tijdens transport en opbouw krijgt materiaal genoeg te verduren. Dan is een zeil of deken geen luxe, maar gewoon handig werkmateriaal. Het moet snel liggen, blijven zitten en na afloop weer mee terug kunnen.
Zeilen en dekens gebruik je om spullen tijdelijk te beschermen. Een zeil houdt vuil, stof en vocht beter weg. Een deken helpt juist tegen stoten, schuren en krassen. Het zijn eenvoudige middelen, maar ze voorkomen vaak precies het soort schade waar je op locatie geen tijd voor hebt.
Bij transport leg je een deken tussen onderdelen die niet tegen elkaar mogen komen. Tijdens opslag dek je materiaal af dat schoon moet blijven. Bij opbouw bescherm je een vloer, case, podiumdeel of decorstuk terwijl er nog omheen gewerkt wordt.
Zeilen en dekens komen vooral van pas bij dit soort werk:
Bij eventwerk staat materiaal zelden in een keurige opslagruimte. Het staat in een vrachtwagen, naast een podium, achter een doek, in een kleedkamer of ergens buiten onder een afdak dat net te kort is. Dan is afdekken geen overbodige moeite, maar gewoon slim werken.
Tijdens de opbouw gebruik je zeilen om spullen droog of schoon te houden totdat ze aan de beurt zijn. Denk aan podiumdelen, truss-accessoires, kabelkisten, decorpanelen of gereedschap dat tijdelijk aan de kant staat. Een paar minuten afdekken kan later een hoop poetsen, drogen of mopperen schelen.
Dekens zijn vooral handig bij transport en intern verplaatsen. Decorstukken, panelen, frames en afgewerkte onderdelen raken snel beschadigd wanneer ze los tegen elkaar liggen. Een deken ertussen maakt het verschil tussen netjes aankomen en ter plekke schade proberen weg te werken.
Een afdekzeil pak je wanneer materiaal tijdelijk beschermd moet worden tegen vuil of vocht. Dat kan in opslag zijn, onderweg of op een locatie waar nog volop gebouwd wordt. Een zeil ligt snel over een stapel materiaal en is ook weer snel weg wanneer je verder moet.
Let bij een zeil vooral op de afmeting en de stevigheid. Een te klein zeil blijft net niet goed liggen. Een te licht zeil waait sneller op of scheurt sneller bij ruw gebruik. Een zwaarder zeil is minder soepel, maar kan vaak beter tegen herhaald inzetten.
Bij afdekzeilen zijn deze punten praktisch:
Doeken en netten gebruik je niet alleen om iets af te dekken, maar ook om iets af te schermen. Rond een bouwhek, backstagevak of tijdelijke opslagplek ziet een doek er rustiger uit dan een open stapel materiaal. Het helpt ook om zicht, stof of lichte wind wat te beperken.
Een dicht doek vangt meer wind dan een net. Dat is buiten belangrijk. Wat er strak en netjes uitziet bij stil weer, kan bij wind ineens flink aan een hek of constructie trekken. Bevestig doeken daarom op genoeg punten en controleer of de ondergrond dat aankan.
Vloerbescherming gebruik je wanneer er gewerkt wordt op een vloer die netjes moet blijven. Dat speelt vooral bij theaters, beurshallen, ontvangstruimtes en binnenlocaties waar kisten, schoenen en gereedschap niet direct over de vloer moeten gaan.
Stucloper of andere vloerbescherming moet vlak liggen. Een losse rand die opkrult, wordt zelf een probleem. Leg het materiaal strak neer en zet het vast waar dat nodig is. Haal het pas weg wanneer het vuile of zware werk klaar is.
Verhuisdekens gebruik je wanneer spullen niet hard mogen stoten of schuren. Ze zijn handig tussen panelen, over kwetsbare hoeken of onder materiaal dat even op een vloer moet liggen. Ze beschermen niet als een flightcase, maar ze vangen wel veel kleine ellende op.
Voor decor, beursbouw en podiumwerk zijn dekens prettig omdat ze snel inzetbaar zijn. Je hoeft niets vast te plakken en je laat geen lijmresten achter. Uitrollen, ertussen leggen, klaar.
Een beschermdeken is vooral handig bij:
Begin bij wat je wilt voorkomen. Voor regen en vuil heb je iets anders nodig dan voor krassen of stoten. Een zeil is handig tegen vocht en stof. Een deken is beter tegen schuren. Een loper hoort op de vloer en niet los over een stapel materiaal.
Ook de plek telt mee. Binnen draait het vaak om netjes werken en snel opruimen. Buiten moet je rekening houden met wind, regen en bevestiging. Bij zichtbare plekken wil je bovendien dat het er verzorgd uitziet en niet als een haastige noodgreep.
Let vooral op deze punten:
Een zeil werkt pas goed als het blijft liggen. Gebruik genoeg bevestigingspunten en verdeel de spanning. Te weinig punten zorgen voor klapperen, scheef hangen of uitscheuren bij de randen.
Voor vastzetten kun je touw, elastieken, spanfixen of tyraps gebruiken. Elastiek geeft wat mee. Tyraps zitten snel vast. Touw is prettig wanneer je spanning wilt verdelen of later nog wilt bijstellen.
Een paar simpele gewoontes maken het netter:
Zeilen en dekens gaan langer mee wanneer je ze niet als natte prop teruggooit. Klop vuil eraf, laat nat materiaal drogen en vouw het daarna pas op. Dat klinkt simpel, maar het voorkomt muffe dekens en zeilen die de volgende klus al vies beginnen.
Rol of vouw materiaal op een vaste manier. Dan zie je sneller welke maat je pakt en blijft de opslag overzichtelijk. Dekens bewaar je droog en schoon. Zeilen met ringen of harde randen leg je liever niet bovenop kwetsbare stoffen of decorafwerking.
Met zeilen en dekens bescherm je materiaal, vloeren en tijdelijke werkplekken zonder moeilijk gedoe. Ze helpen bij transport, opslag, opbouw en afbouw wanneer spullen schoon, droog of schadevrij moeten blijven. Door goed te letten op afmeting, materiaal, bevestiging en hergebruik voorkom je veel onnodig herstelwerk. Twijfel je welk zeil, doek of welke deken past bij jouw toepassing? Neem dan contact met ons op.