Hijstouw gebruik je wanneer materiaal gecontroleerd omhoog of omlaag moet. Bij werk op hoogte wil je dat het touw rustig reageert, goed door de handen loopt en niet onverwacht meeveert. Dat merk je vooral wanneer de last langs een constructie moet of wanneer boven en beneden tegelijk worden gewerkt. Een goed hijstouw geeft grip zonder stroef te worden en blijft prettig controleerbaar in combinatie met een katrol. Zo wordt hijsen geen gevecht met het touw, maar een rustige handeling binnen het werk.
Hijstouw is bedoeld voor het verplaatsen van materiaal met handkracht, een katrol of een eenvoudig hijssysteem. Het touw vormt de verbinding tussen degene die hijst, de last en het punt waarlangs het materiaal omhoog of omlaag wordt geleid. Daarbij wil je controle houden over tempo, richting en beweging van de last.
Een goed hijstouw voelt voorspelbaar. Het veert niet hinderlijk na, snijdt niet vervelend in je handen en blijft ook bij herhaald gebruik goed hanteerbaar. Dat klinkt simpel, maar op locatie merk je snel verschil tussen een touw dat lekker werkt en een touw dat de hele klus onrustig maakt.
Bij goed hijstouw merk je vooral dat het rustig en duidelijk werkt:
Bij eventwerk wordt hijstouw vaak gebruikt voor compacte hijsklussen tijdens opbouw en afbouw. Materiaal moet gecontroleerd langs truss, steiger, podiumrand of werkvloer kunnen bewegen zonder te blijven steken of te gaan stuiteren. Dan helpt een touw met weinig rek, voldoende grip en de juiste lengte. Je voelt beter wat de last doet en kunt rustiger hijsen of vieren.
Op tijdelijke locaties wisselt de situatie snel. De ene keer werk je aan een podiumrand, de andere keer bij een steigerconstructie of in een theaterkap. Het touw moet dan niet alleen sterk zijn, maar ook praktisch blijven in gebruik. Een touw dat snel kinkt, slecht oprolt of vervelend door de hand loopt, kost elke hijsbeweging extra aandacht.
Zwart hijstouw past goed bij theater, backstage en podiumwerk waar materiaal niet onnodig mag opvallen. Dat is vooral prettig wanneer het touw tijdelijk zichtbaar blijft langs een constructie, in een kap of in de buurt van techniek.
Een hijstouw is gemaakt voor materiaal. Een klimtouw is gemaakt voor andere belasting en ander gebruik. Het verschil zit onder meer in rek, constructie, normering en het gedrag van het touw onder spanning. Sterk touw is dus niet meteen geschikt voor elke klus.
Bij hijsen wil je vooral dat de last rustig en direct reageert. Te veel elasticiteit maakt het werk onduidelijker, omdat de last kan nazakken of terugveren wanneer de spanning verandert. Bij klimmen speelt rek juist een andere rol. Meng die toepassingen daarom niet door elkaar.
Een simpele werkregel blijft handig:
Hijstouw hoort weinig rek te hebben. Daardoor reageert de last directer wanneer je trekt of viert. Dat is precies wat je nodig hebt bij materiaal hijsen: je wilt voelen wat de last doet en niet wachten tot het touw eerst meegeeft.
Te veel rek hoort niet bij goed hijstouw. De last kan dan nazakken, gaan stuiteren of vertraagd reageren wanneer de spanning verandert. Dat maakt hijsen minder precies, vooral wanneer materiaal langs truss, steiger of een podiumrand moet worden geleid.
Hijstouw hoort weinig rek te hebben. Daardoor reageert de last directer wanneer je trekt of viert. Dat is precies wat je nodig hebt bij materiaal hijsen: je wilt voelen wat de last doet en niet wachten tot het touw eerst meegeeft.
Te veel rek maakt hijsen rommelig. De last kan nazakken, gaan stuiteren of vertraagd reageren wanneer de spanning verandert. Dat maakt hijsen minder precies, vooral wanneer materiaal langs truss, steiger of een podiumrand moet worden geleid.
De diameter bepaalt hoe het touw in de hand ligt en hoeveel grip je hebt. Dikker touw trekt vaak prettiger met handschoenen, maar neemt meer ruimte in en is zwaarder om mee te nemen. Dunner touw is compacter, maar kan bij handmatig hijsen minder fijn aanvoelen.
De dikte moet passen bij de manier waarop je het touw gebruikt. Bij veel handmatig hijsen wil je voldoende grip. Bij veel meenemen en opbergen telt gewicht juist meer mee. Kies dus geen diameter omdat die toevallig standaard lijkt, maar omdat hij past bij jouw hijswerk.
Bij de keuze voor diameter kijk je vooral naar:
Een hijstouw moet goed door de katrol lopen. De diameter moet in de groef passen en het touw moet recht in en uit de katrol kunnen bewegen. Als die combinatie niet klopt, kost hijsen meer kracht en slijt het touw sneller.
Bij een hijssysteem met meerdere katrollen loopt het touw over meer contactpunten. Dan worden een nette touwloop en schone katrollen nog belangrijker. Scherpe randen, scheve invoer en vuil in de groef werken tegen je. Je voelt dat meteen doordat het systeem zwaarder loopt of schokkerig reageert.
Controleer bij gebruik met katrollen:
De lengte van hijstouw bepaal je aan de hand van werkhoogte, katrolopstelling en bedieningsplek. Reken dus niet alleen de afstand van beneden naar boven. Je hebt ook extra meters nodig om het touw goed te kunnen bedienen, de last aan te nemen en het systeem netjes te laten lopen.
Een handige vuistregel bij eenvoudig hijsen is: touwlengte is ongeveer twee keer de werkhoogte. Dat geeft ruimte om vanaf beneden te werken terwijl boven genoeg touw beschikbaar blijft. Bij takels of systemen met mechanisch voordeel heb je meer meters nodig, omdat het touw meerdere keren door het systeem loopt.
Te kort touw stopt de klus meteen. Veel te lang touw geeft juist losse meters op de vloer, rond cases of bij de werkplek. Kies daarom een lengte die past bij het werk dat je het vaakst doet, en gebruik voor andere hoogtes liever een tweede lengte dan één touw dat altijd net onhandig is.
Veel hijstouwen hebben een sterke kern met een slijtvaste mantel. De kern zorgt voor de sterkte. De mantel beschermt het touw tegen wrijving en bepaalt voor een groot deel hoe het touw aanvoelt.
Polyester wordt vaak gebruikt omdat het sterk, vormvast en slijtvast is. Sommige touwen voelen gladder, andere juist wat ruwer of wolliger. Een glad touw loopt makkelijk door een systeem. Een iets ruwer touw kan prettiger zijn wanneer je veel met de hand hijst.
Let bij materiaal en afwerking op:
Knopen kunnen nodig zijn, maar ze hebben altijd invloed op het touw. Een knoop buigt het touw plaatselijk scherp en vermindert de sterkte. Gebruik daarom alleen knopen die je goed kent, goed kunt controleren en die passen bij de toepassing.
Laat knopen na gebruik niet onnodig zitten. Een vaste knoop kan hard worden, vuil vasthouden en het touw plaatselijk belasten. Haal knopen eruit voordat je het touw oprolt. Dan blijft het touw beter controleerbaar bij de volgende klus.
Praktische aandachtspunten bij knopen:
Hijstouw slijt door gebruik. Dat is normaal, maar je moet wel zien wanneer het klaar is. Een touw dat vaak over randen loopt, vuil wordt of met zwaardere lasten werkt, vraagt meer controle dan een touw dat af en toe licht wordt gebruikt.
Controleer het touw met je ogen en handen. Laat het langzaam door je hand lopen en voel naar harde plekken, platte stukken, bobbels of beschadigingen. De mantel kan er nog redelijk uitzien terwijl de kern niet meer goed aanvoelt.
Leg hijstouw apart wanneer je dit tegenkomt:
Goed onderhoud begint met normaal gebruik. Houd hijstouw weg van scherpe randen, chemicaliën, hitte en onnodige wrijving. Leg het niet op plekken waar voertuigen, flightcases of steigeronderdelen eroverheen gaan.
Na gebruik berg je het touw schoon en zonder knopen op. Een touwzak, kist of vaste plek in de uitrusting voorkomt dat het touw door vuil materiaal wordt getrokken. Nat touw laat je eerst drogen voordat je het langdurig opbergt.
Voor opslag helpt een vaste werkwijze:
Goed hijstouw maakt materiaal verplaatsen op hoogte rustiger en beter controleerbaar. Door te letten op rek, grip, slijtage en de opbouw van je hijssysteem kies je touw dat past bij het werk op locatie. Twijfel je welk hijstouw geschikt is voor jouw toepassing? Neem dan contact met ons op.