Goede werkhandschoenen beschermen je handen zonder dat ze in de weg zitten. Je wilt materiaal stevig kunnen vastpakken en tegelijk genoeg gevoel houden voor kleine handelingen. Dat verschil merk je meteen wanneer een handschoen te dik, te glad of juist te kwetsbaar is. De juiste werkhandschoen past bij het werk dat je doet en bij de bescherming die je handen nodig hebben. Zo houd je grip en controle tijdens de klus.
Werkhandschoenen kies je op basis van wat je doet. Bij montage, kabelwerk of kleine onderdelen wil je vooral grip en vingergevoel. Werk je met zwaarder of ruwer materiaal, dan heb je meer bescherming nodig tegen schuren, stoten of scherpe randen.
De juiste keuze begint bij de risico’s op je werkplek:
In de evenementenbranche zijn je handen constant bezig. Je tilt, schuift en positioneert materiaal op plekken waar weinig ruimte is en veel tegelijk gebeurt. Dan wil je handschoenen die je handen beschermen tegen ruwe randen en vuil, zonder dat je grip verliest tijdens het werk.
Bij technisch werk telt vooral het vingergevoel. Een stekker, haak of kleine bevestiging moet je nog goed kunnen pakken en bedienen. Een handschoen die bij de klus past, voorkomt dat je hem steeds uittrekt zodra het werk nauwkeuriger wordt.
Voor buitenwerk of festivalbouw kan extra bescherming prettig zijn. Koud staal, nat materiaal en ruwe onderdelen vragen meer van je handen dan een droge klus binnen. Werkhandschoenen moeten dan niet alleen sterk zijn, maar ook blijven werken in de omstandigheden waarin jij staat.
Werkhandschoenen zijn persoonlijke beschermingsmiddelen. Dat betekent dat ze niet alleen prettig moeten zitten, maar ook moeten passen bij het risico waarvoor je ze gebruikt. Een handschoen voor simpel sjouwwerk is iets anders dan een handschoen voor hitte, chemie of serieus snijgevaar.
De categorie helpt om dat verschil duidelijk te maken:
Voor veel algemeen werk kom je uit bij categorie II. Zodra het risico specifieker wordt, moet de handschoen daar ook echt voor getest zijn. Denk aan hitte, elektrische risico’s of schadelijke stoffen.
EN ISO 21420 is de basisnorm voor beschermende handschoenen. Deze norm kijkt naar algemene zaken zoals maatvoering, draagcomfort, materiaalveiligheid en duidelijke informatie voor de gebruiker. Het is dus geen norm die zegt: deze handschoen beschermt tegen dit ene risico.
Zie het als de basis waarop andere normen verder bouwen. Eerst moet een handschoen goed en veilig bruikbaar zijn. Daarna kijk je naar aanvullende bescherming, bijvoorbeeld tegen schuren, snijden, hitte of vloeistoffen.
Bij werkhandschoenen voor algemeen gebruik kom je vaak EN 388 tegen. Deze norm gaat over mechanische belasting. Denk aan materiaal dat schuurt, een scherpe rand of druk op de handschoen. De score laat zien hoe de handschoen op die onderdelen presteert.
EN 388 beoordeelt onder meer:
Staat er een 0, dan is het minimale niveau voor die eigenschap niet gehaald. Staat er een X, dan is de handschoen niet op dat onderdeel getest. Dat maakt de handschoen niet automatisch ongeschikt, maar je mag die bescherming dan niet zomaar verwachten.
Niet elke klus vraagt om snijbestendige handschoenen. Vaak heb je vooral grip nodig en moet de handschoen lang genoeg meegaan. Werk je met scherpe randen of grover materiaal, dan wordt extra bescherming ineens een stuk belangrijker.
Daarbij blijft de balans belangrijk. Een zwaardere handschoen beschermt meer, maar kan nauwkeurig werken lastiger maken. Kies dus niet automatisch de dikste uitvoering, maar de handschoen die past bij het risico en de handeling.
Een werkhandschoen moet goed aansluiten. Te ruim geeft minder controle. Te strak werkt vermoeiend en beperkt je beweging. De juiste maat maakt daarom direct verschil, zeker wanneer je vaak schakelt tussen tillen en fijner werk.
Let bij pasvorm en grip vooral op:
Het materiaal bepaalt hoe soepel, warm of stevig een handschoen aanvoelt. Een dunne textiele handschoen met coating werkt prettig bij montage en kabelwerk. Voor ruwer werk wil je juist meer slijtvastheid en bescherming in de handpalm.
Ook de coating maakt verschil. De ene coating geeft veel grip op droog materiaal. Een andere werkt beter bij vocht of gladde oppervlakken. Kijk dus vooral naar wat je vaak vastpakt en onder welke omstandigheden je werkt.
Veelgebruikte eigenschappen zijn:
Soms wil je niet alleen je hand, maar ook je pols of een deel van je onderarm beschermen. Dat kan prettig zijn bij ruwer materiaal, scherpe delen of werk waarbij je snel ergens langs schaaft. Een langere manchet geeft dan net wat extra dekking.
Daar staat tegenover dat zo’n manchet warmer kan zijn en minder vrij beweegt. Gebruik hem dus vooral wanneer het werk daarom vraagt. De handschoen moet nog steeds prettig blijven bij de handelingen die je uitvoert.
De omstandigheden bepalen veel. Een handschoen die binnen perfect werkt, kan buiten in regen of kou ineens tekortschieten. Andersom wil je bij warm werk niet met een te dikke handschoen staan.
Let vooral op deze verschillen:
Bij technisch werk krijg je soms olie, vet of vocht aan je handen. Dan wil je een handschoen die grip blijft geven en je huid beschermt tegen lichte vervuiling. Voor korte, vuile klusjes kunnen wegwerphandschoenen praktisch zijn.
Let bij dit soort werk vooral op:
Werk je met agressieve reinigers, oplosmiddelen of andere schadelijke stoffen, controleer dan altijd of de handschoen daarvoor geschikt is. Niet elke wegwerphandschoen of gecoate werkhandschoen beschermt tegen dezelfde stoffen.
Goede werkhandschoenen beschermen zonder je werk onnodig lastig te maken. Je wilt grip, controle en bescherming in de juiste verhouding. Begin daarom bij de risico’s en kies daarna pas op comfort, materiaal en uitvoering.
Let vooral op deze punten:
Werkhandschoenen helpen je veiliger en prettiger werken tijdens opbouw, afbouw, rigging, techniek, standbouw en festivalproducties. Let bij je keuze op normering, grip, pasvorm, materiaal en het soort bescherming dat je nodig hebt. Zo kies je handschoenen die beschermen zonder dat ze je werk in de weg zitten. Twijfel je welke werkhandschoenen geschikt zijn voor jouw werk? Neem dan contact met ons op.