Reddingsapparaten

Reddingsapparaten helpen om beweging in een reddingssysteem gecontroleerd te houden. Ze worden gebruikt wanneer iemand veilig moet afdalen of wanneer spanning uit een systeem moet worden overgenomen. De bediening moet duidelijk zijn en het apparaat moet passen bij het touw waarmee je werkt. Bij redding draait het niet om een apparaat met zoveel mogelijk functies, maar om materiaal dat doet wat je verwacht. Zo kies je iets dat past bij de reddingsopstelling en bij de mensen die ermee werken.

Filter
Van hoog naar laag sorteren

1 product

per pagina
Tonen als Foto-tabel Lijst
  1. Petzl I'D L afdaalapparaat
    Rating:
    0%
    • Zelfremmend
    • Antipaniekfunctie
    • Voor touw van 12,5 t/m 13 mm
    Maak een keuze
    Vanaf € 210,00 € 254,10
Filter
Van hoog naar laag sorteren

1 product

per pagina
Tonen als Foto-tabel Lijst

Waar gebruik je reddingsapparaten voor?

Reddingsapparaten worden gebruikt om beweging in een touwsysteem te regelen. Meestal gaat het om gecontroleerd afdalen, het overnemen van spanning of het begeleiden van een redding. Het apparaat bepaalt voor een groot deel hoe soepel en beheersbaar het systeem werkt.

Een afdaalacht is vooral bedoeld om met wrijving af te dalen. Een zelfremmende descender geeft meer remcontrole. Een reddingsapparaat met extra functies kan ook helpen bij ontlasten of overnemen van spanning. Kies dus op basis van de handeling in de reddingsopstelling.

Reddingsapparaten zijn vooral belangrijk wanneer deze punten meespelen:

  • Gecontroleerd laten afdalen van een persoon;
  • Overnemen van spanning in een reddingssysteem;
  • Werken met één of twee personen in het systeem;
  • Combinatie met het juiste touw en harnas;
  • Bediening door mensen die met het apparaat getraind zijn.

Toepassing in de evenementenbranche

Bij evenementen komen reddingsapparaten in beeld bij werk op hoogte. Denk aan technische posities in truss, tijdelijke constructies, daken of riggingpunten waar iemand niet zomaar zelfstandig wegkomt. Een reddingsapparaat kan dan worden gebruikt om iemand gecontroleerd naar een veilige plek te brengen.

De praktijk op locatie is vaak krap en onrustig. Er hangen kabels, staal, doeken en ander materiaal in de buurt. Daarom moet het apparaat goed te bedienen zijn zonder dat het touw een eigen route gaat verzinnen.

Bij een redding uit een harnaspositie kan het nodig zijn om spanning over te nemen voordat iemand omlaag kan. Een afdaalapparaat of reddingsdescender is dan onderdeel van de werkwijze. Het apparaat doet niet het hele werk, maar het bepaalt wel hoe gecontroleerd de afdaling verloopt.

Voor eventwerk is vooral voorbereiding belangrijk. Het reddingsapparaat moet passen bij de gebruikte touwen en bij de plekken waar mensen op hoogte werken. Dan is het geen los stuk metaal in een tas, maar een onderdeel van een reddingsplan dat ook echt uitvoerbaar is.

Welk reddingsapparaat past bij jouw werk?

Begin bij de handeling die het apparaat moet uitvoeren. Een afdaalacht werkt vooral met wrijving. Een zelfremmende descender geeft meer remcontrole. Een reddingsapparaat met extra functies kan helpen wanneer spanning tijdelijk moet worden vastgehouden of gecontroleerd moet worden overgenomen.

Daarna kijk je naar het touw. De diameter moet binnen het bereik van het apparaat vallen. Ook de bediening moet aansluiten bij de mensen die ermee werken. Een apparaat met veel functies is alleen handig wanneer de gebruiker precies weet hoe het reageert.

Let bij het kiezen vooral op:

  • Geschiktheid voor afdalen binnen een reddingssysteem;
  • Touwdiameter die past bij het apparaat;
  • Remwerking en controle tijdens gebruik;
  • Blokkeerfunctie of zelfremmende werking;
  • Markeringen, serienummer en toegestane belasting.

Zelfremmende reddingsdescenders

Zelfremmende descenders helpen om de afdaling beter te beheersen. Ze blokkeren of remmen het touw wanneer de bediening wordt losgelaten of verkeerd wordt gebruikt, afhankelijk van het model. Dat maakt ze geschikt voor situaties waarin controle belangrijk is.

Sommige apparaten hebben een anti-paniekfunctie. Die functie grijpt in wanneer de hendel te ver wordt doorgetrokken. Dat is geen reden om slordig te werken, maar het kan wel helpen om fouten te beperken.

Let bij zelfremmende apparaten op:

  • Juiste plaatsing van het touw in het apparaat;
  • Werking van de rem en hendel;
  • Geschikte diameter en touwtype;
  • Toegestane belasting voor één of meer personen;
  • Geen vuil of schade in het touwpad.

Afdaalachten

Een afdaalacht is een eenvoudig apparaat waarmee je op wrijving afdaalt. Het touw loopt rond het metaal en de gebruiker regelt de snelheid met de remhand. Door de simpele vorm is een afdaalacht overzichtelijk, maar hij vraagt ook om goede techniek.

Bij redding wordt een afdaalacht niet zomaar voor elke situatie gebruikt. De remwerking hangt sterk af van touw, houding en bediening. Voor de meeste toepassingen is een modern zelfremmend apparaat passender.

Afdaalachten zijn vooral relevant wanneer:

  • De gebruiker goed getraind is met dit type apparaat;
  • De toepassing binnen de toegestane grenzen blijft;
  • Het touw goed door het apparaat loopt;
  • Er geen automatische remfunctie nodig is;
  • De afdaling overzichtelijk en gecontroleerd blijft.

Apparaten voor afdalen en hijsen

Sommige reddingsapparaten kunnen meer dan alleen afdalen. Ze zijn gemaakt om te gebruiken bij technische redding, waarbij afdalen en hijsen elkaar kunnen afwisselen. Dat is handig wanneer iemand eerst moet worden ontlast en daarna gecontroleerd verplaatst moet worden.

Bij dit soort apparaten kijk je goed naar de touwloop. De werking hangt af van hoe het touw door het apparaat loopt en hoe de gebruiker het bedient. Een geïntegreerde katrol of progress capture kan veel helpen, maar alleen wanneer het systeem goed is opgebouwd.

Deze apparaten passen vooral bij:

  • Technische redding met wisselende handelingen;
  • Afdalen en hijsen binnen één systeem;
  • Redding met hogere belasting;
  • Situaties waar snel overschakelen nodig is;
  • Gebruikers die getraind zijn in touwsystemen.

Touwdiameter en touwloop

De touwdiameter moet passen bij het reddingsapparaat. Een te dun touw kan anders reageren dan bedoeld. Een te dik touw kan zwaar lopen of niet goed in het apparaat passen. De opgegeven diameter op het apparaat is daarom geen detail.

Ook de touwloop moet kloppen. Het touw moet vrij door het apparaat lopen en mag niet langs scherpe randen schuren. Bij een verkeerd geplaatste lijn wordt het systeem zwaarder, onduidelijker en lastiger te bedienen.

Controleer bij touw en apparaat:

  • Minimale touwdiameter van het apparaat;
  • Maximale touwdiameter van het apparaat;
  • Juiste invoer volgens de markeringen;
  • Vrije touwloop zonder schuren;
  • Geen knopen of beschadigingen in het werkende deel van het touw.

Remfunctie en bediening

De remfunctie bepaalt hoe goed je de afdaling kunt regelen. Bij sommige apparaten gebeurt dat via een hendel. Bij andere apparaten werk je meer met handkracht en touwpositie. In beide gevallen moet de gebruiker voelen wat er gebeurt.

Een hendel moet soepel bewegen en logisch reageren. Te stroef werkt vervelend. Te los geeft weinig vertrouwen. Controleer de werking dus voordat het apparaat in een reddingssysteem belandt.

Let bij remfunctie en bediening op:

  • Hendel beweegt soepel en zonder haperen;
  • Remwerking grijpt zoals bedoeld;
  • Gebruiker kent de stop- en rempositie;
  • Geen vuil in bewegende delen;
  • Bediening blijft mogelijk met handschoenen.

Belasting en gebruik met personen

Bij redding kan de belasting hoger zijn dan bij normaal afdalen. Soms hangt er een redder en een te redden persoon in het systeem. Soms wordt er spanning overgenomen uit een bestaande lijn. Het apparaat moet geschikt zijn voor die belasting.

Kijk daarom niet alleen naar de vorm van het apparaat. Let op de toegestane belasting, de toepassing en de combinatie met het touw. Bij persoonsredding moet de hele keten kloppen, van ankerpunt tot harnas.

Controleer bij belasting:

  • Toegestane belasting van het apparaat;
  • Geschiktheid voor één of twee personen wanneer dat nodig is;
  • Belasting op karabiner en ankerpunt;
  • Geen dwarsbelasting op verbindingen;
  • Gebruik binnen de markeringen en specificaties.

Normering en markeringen

Bij reddingsapparaten moeten markeringen goed leesbaar zijn. Je wilt kunnen zien voor welke touwdiameter het apparaat bedoeld is en welke belasting is toegestaan. Ook de normering moet duidelijk zijn, zodat je weet of het apparaat past bij de manier waarop je het wilt gebruiken.

Normen zoals EN 341 en EN 12841 type C komen voor bij afdaalapparaten voor redding en werk op hoogte. Welke norm relevant is, hangt af van het apparaat en de toepassing. Een sportapparaat, werkapparaat en reddingsapparaat zijn dus niet automatisch uitwisselbaar.

Let bij markeringen op:

  • Leesbare touwdiameter op het apparaat;
  • Toegestane belasting voor de toepassing;
  • Normering die past bij het gebruik;
  • Duidelijke aanduiding van de rem- of gebruiksrichting;
  • Geen slijtage waardoor gegevens verdwijnen.

Gebruik door getrainde mensen

Een reddingsapparaat moet je niet voor het eerst leren kennen tijdens een incident. De bediening moet geoefend zijn. Dat geldt vooral bij apparaten met meerdere functies, zoals afdalen, blokkeren en hijsen.

Training maakt duidelijk hoe het apparaat reageert onder belasting. Je merkt dan ook hoe het touw loopt, hoeveel kracht nodig is en waar fouten kunnen ontstaan. Dat is veel nuttiger dan alleen weten hoe het apparaat eruitziet.

Een goede voorbereiding bestaat uit:

  • Vaste werkwijze voor het reddingssysteem;
  • Gebruikers die het apparaat kennen;
  • Oefenen met de juiste touwen;
  • Controle van de set vóór gebruik;
  • Duidelijke afspraken over wie het systeem bedient.

Controle en onderhoud

Controleer reddingsapparaten voor en na gebruik. Kijk naar scheuren, vervorming, scherpe randen en slijtage in het touwpad. Bewegende delen moeten soepel werken. Een apparaat dat hapert, hoort niet terug in de set.

Let ook op vuil, zand en vocht. Dat kan invloed hebben op de werking van remmen, hendels en katrollen. Maak het apparaat schoon genoeg om goed te kunnen beoordelen wat je in handen hebt.

Let bij controle en onderhoud op:

  • Geen scheuren of vervorming;
  • Touwpad zonder bramen of diepe slijtage;
  • Hendel en rem werken soepel;
  • Katrol of schijf draait vrij wanneer aanwezig;
  • Markeringen blijven leesbaar.

Opslag in de reddingsset

Reddingsapparaten blijven beter bruikbaar wanneer je ze schoon en droog bewaart. Berg ze niet los tussen gereedschap, bouten of scherpe onderdelen op. Een kras op de buitenkant is niet meteen rampzalig, maar schade in het touwpad is een ander verhaal.

Houd het apparaat bij de set waarvoor het bedoeld is. Dan blijft duidelijk welk touw erbij hoort en welke opstelling ermee wordt gebruikt. Dat scheelt zoeken en voorkomt verkeerde combinaties.

Een nette opslag helpt bij:

  • Sneller vinden van het juiste apparaat;
  • Minder schade aan remdelen en touwpad;
  • Beter controleren voor gebruik;
  • Compleet houden van reddingssets;
  • Overzicht bij keuring en registratie.

Reddingsapparaten voor eventcrew en festivalbouw

Reddingsapparaten maken gecontroleerd afdalen en overnemen van spanning mogelijk binnen een reddingssysteem. Let op het touw, de remwerking en de toegestane belasting. Controleer ook of het apparaat past bij het harnas, het ankerpunt en de werkwijze op locatie. Zo ligt er niet alleen reddingsmateriaal klaar, maar materiaal waar je ook echt mee kunt werken. Twijfel je welk reddingsapparaat past bij jouw toepassing? Neem dan contact met ons op.