Een antivalgordel gebruik je wanneer je op hoogte werkt en vooral beschermd moet zijn tegen een val. De gordel is licht, eenvoudig aan te trekken en bedoeld voor situaties waarin je niet hoeft te hangen of jezelf in werkpositie hoeft te zetten. Je koppelt passende valbeveiliging aan het borst- of rugpunt van het harnas. Zo kun je veilig werken zonder meer uitrusting te dragen dan nodig is. Kies altijd een gordel met de juiste pasvorm, duidelijke A-punten en een normering die past bij professioneel gebruik.
Een antivalgordel is bedoeld om je te beschermen wanneer er valgevaar is bij werken op hoogte. De gordel vormt de verbinding tussen jou en je valbeveiligingssysteem. Denk aan een leeflijn met valdemper, een valstopblok of een ander geschikt systeem dat een val opvangt.
Antivalgordels zijn vooral praktisch wanneer je je tijdens het werk niet hoeft te positioneren. Je hoeft dus niet in het harnas te hangen om je werk te doen en je gebruikt geen heuppunten om jezelf tegen een constructie te zetten. De gordel is er om een val op te vangen, niet om comfortabel in te werken als steunpunt.
Een antivalgordel past goed bij werk waarbij je:
Bij eventwerk gebruik je antivalgordels vooral op plekken waar je gezekerd moet zijn, maar niet in positie hoeft te hangen. Denk aan werkzaamheden rond podia, tribunes, tijdelijke bordessen, theatertechniek, hoogwerkers en constructies waar je kort op hoogte werkt tijdens opbouw, controle of afbouw.
Een antivalgordel zit dan minder in de weg dan een uitgebreider harnas met positioneringspunten. Dat is prettig voor crew die veel loopt, klimt, bukt en materiaal verplaatst. Je draagt bescherming tegen vallen, zonder meer gordel om je lijf te hebben dan nodig is voor de klus.
Bij evenementen let je vooral op:
Antivalgordels hebben A-inbindpunten voor valbeveiliging. Die zitten op de borst, de rug of allebei. Aan deze punten bevestig je de apparatuur die bedoeld is om een val op te vangen. Gebruik hiervoor geen materiaallussen, banden of andere delen van de gordel.
Kies het borstpunt wanneer je de verbinding graag in beeld houdt en snel wilt kunnen controleren. Het rugpunt is praktischer wanneer een lijn aan de voorkant in de weg zit, bijvoorbeeld bij montagewerk of wanneer je dicht op materiaal werkt. Welke keuze goed is, hangt af van de lijnvoering, de werkplek en het reddingsplan.
Let bij inbindpunten op:
Een antivalgordel werkt nooit los. Je hebt altijd een passend valbeveiligingssysteem nodig. Dat kan een leeflijn met valdemper zijn, een valstopblok of een andere oplossing die geschikt is voor de werkplek. De gordel is één onderdeel van het geheel.
Let daarbij goed op de beschikbare valruimte. Een lijn met valdemper heeft ruimte nodig om te kunnen werken. Bij weinig ruimte kan een ander systeem nodig zijn. Ook het ankerpunt moet geschikt zijn. Een stevig ogend hek, buis of rand is niet automatisch een goed ankerpunt.
Veelgebruikte combinaties zijn:
Een antivalgordel moet goed aansluiten. Te los geeft te veel beweging. Te strak zit in de weg en werkt irritant tijdens een klus. De schouderbanden, beenlussen en borstband moeten zo afgesteld worden dat het harnas netjes blijft zitten wanneer je loopt, bukt en reikt.
Omdat antivalgordels vaak licht zijn, draag je ze makkelijker tijdens werk waarbij je veel beweegt. Dat is precies de bedoeling. Je wilt bescherming zonder dat je de hele tijd met je uitrusting bezig bent. Snelsluitingen kunnen daarbij prettig zijn, vooral wanneer de gordel vaak aan en uit gaat.
Let bij draagcomfort op:
Een antivalgordel is niet bedoeld om jezelf in een werkpositie te houden. Moet je zijwaarts steunen, langere tijd hangen of beide handen vrij houden terwijl je tegen een constructie staat, dan heb je een full body harnas nodig.
Een full body harnas heeft naast A-punten voor valbeveiliging ook inbindpunten voor positionering, zoals bij de heupen en aan de buikzijde van het harnas. Zo kun je valbeveiliging combineren met een werkhouding waarin je beter controle houdt.
Kijk verder dan alleen een antivalgordel wanneer je:
Een antivalgordel moet geschikt zijn voor valbeveiliging en gebruikt worden volgens de handleiding. Let daarbij op de normering, de juiste combinatie met lijnen of valstopapparaten en de manier waarop het harnas wordt aangetrokken. Een goed harnas werkt alleen goed wanneer het ook goed zit.
Bij werken op hoogte horen duidelijke afspraken. De gordel is een persoonlijk beschermingsmiddel en moet goed worden afgesteld op de gebruiker. Daarnaast moet vooraf duidelijk zijn waar je aanhaakt, welk systeem bij de werkplek hoort en hoeveel valruimte er is. Op locatie even gokken is geen goed plan.
Controleer voor gebruik altijd:
Een antivalgordel krijgt op locatie veel te verduren. Hij ligt in een tas, hangt in een bus, schuurt langs materiaal en komt in contact met stof, vocht en vuil. Controle voor gebruik is daarom geen formaliteit. Kleine schade wil je beneden zien, niet wanneer iemand al op hoogte staat.
Kijk naar banden, stiksels, gespen, inbindpunten en labels. Is iets beschadigd, vervormd of niet meer leesbaar, gebruik de gordel dan niet zomaar door. Berg het harnas droog en schoon op, uit de buurt van scherpe randen, chemicaliën en zware spullen die erop drukken.
Let bij controle vooral op:
Met een goede antivalgordel werk je lichter en veiliger op hoogte wanneer valbeveiliging nodig is, maar werkpositionering niet. Dat past bij veel werkzaamheden rond podia, hoogwerkers, tijdelijke constructies, tribunes en technische installaties. Kies op pasvorm, A-punten, draagcomfort en de combinatie met je lijn of valstopapparaat. Twijfel je welke antivalgordel past bij jouw werkplek of systeem? Neem dan contact met ons op.